Kwakzalven aan de rafelranden van onze beschaving.
Toine Klaassen (Eindhoven 1973) werkt sinds zijn afstuderen aan de Gerrit Rietveld Academie in Rotterdam waar hij zijn atelier en opslag heeft onder het spoor. De aftandse ruimte biedt onderdak aan een zestal kunstenaars die niet terugschrikken voor kou en ratten. Het is een plek die door de boogvormige plafonds doet denken aan een middeleeuwse kerker, even donker en koud. Via een gat in de muur, afgeschermd met een dikke laag paardendekens tegen de tocht, word ik de studio binnengeloodst. De ruimte is tot de nok toe gevuld met spullen die Klaassen van de vuilnisbelt heeft gered of jutte langs de Maas waar veel van zijn materialen als oude voetballen en wrakhout aanspoelen. De duizenden objecten worden in stellingkasten gerangschikt op vorm of kleur. Het is een feest voor het oog, Klaassens studio is als het nest van een ekster, maar zijn voorliefde gaat veel verder dan een paar glimmende kettingen. Lege plastic flessen zonnebloemolie met gele dop staan tussen de losse ledematen van paspoppen, zandlopers, gesealde makrelen, dieren op sterk water, kisten met eieren, dobbers en toverballen.
Voordat Klaassen naar de academie ging wijdde hij zich aan de chemie. Zijn wetenschappelijke achtergrond vormt de basis van zijn Laboratorium voor hedendaagse archeologie, waaronder hij al zijn projecten schaart. Klaassen vraagt aandacht voor de poëzie van het onooglijke, het kleine en het veronachtzaamde. Zonder vooropgezet plan gaat hij met de weggegooide voorwerpen aan de slag. Zijn werk ontstaat vaak temidden van het publiek in een performatieve setting, waarbij hij het absurdistische niet schuwt. Of zoals Klaassen zelf stelt: ´Als je een vlinder met je handen vangt, gaat het poeder van zijn vleugels af en blijft er een vodje over’.
Temidden van de schijnbare chaos monteert Klaassen in een uitvergrote Chiquitadoos die voorzien van glazen vensters dienst doet als mini bouwkeet annex kantoor de films die hij in de aanloop naar en tijdens zijn performances maakt. Deze films laten niet alleen de totstandkoming zien, maar tonen zijn bezwerende handelingen van binnnenuit. De camera wisselt tussen overzichtbeeld, zoom en het vogelvluchtperspectief dat Klaassen tijdens de sessie zelf heeft. De wonderlijke composities tonen Klaassens struinende blik en nodigen de kijker uit zijn universum binnen te treden.
In Kluger Hans #06 publiceren we beelden van performances die Klaassen op locatie intitieerde. Temidden van zijn kleurrijke verzamelingen spreek ik met hem over deze werken.
Feel fine feel pure http://www.youtube.com/watch?v=8ihjuHhmp80
Gehuld in indianentooi en gekoppeld aan een gasmasker sta ik tussen twee witte gasflessen in de berm van de N 242. Ik ben door mijn uitrusting afgeschermd van het verkeer dat aan mij voorbijraast, terwijl ik zachtjes ‘feel fine, feel pure’ zing met haangekraai op de achtergrond. Ik verzet me tegen de jachtigheid en het kapitaal van mijn medemens, het gaat over de nachtmerrie van de westerling, de primitieve als demoon uit de toekomst, over hoe hij de verwoeste klimaten op aarde die hij heeft aangericht kan trotseren, visionair gezien zal de westerling sterven en de autenthieke bewoner van de aarde terugkeren ofwel de balans wordt opgemaakt etc.’ In het zelfde indianenpak maar dan zonder gasflessen wandelde Klaassen twee jaar daarvoor ook naar de Mac Donalds waar hij zijn hamburger met schelpen probeerde af te rekenen. Zijn verschijning is enerzijds absurd maar boezemt anderzijds ook angst in. Hij lijkt de bestuurders te willen waarschuwen voor de schade die zij aanrichten. Ondertussen viert hij in totemachtige beelden opgebouwd uit verzamelde wieldoppen ook de blingbling van het materialisme. Het is een tegenstelling die vaak in zijn projecten opduikt. Met de afgedankte troep van de wereld probeert hij diezelfde wereld onderuit te halen. Aan definitieve ingrepen heeft Klaassen geen boodschap. Bij hem is altijd alles in beweging. Hij laadt zijn installaties op aan het moment, veel onderdelen keren in een andere hoedanigheid weer terug.
Birdshapedbirdhouse http://www.youtube.com/watch?v=FwabDviFpg8
Klaassen:’Ik zie mijn verzamelingen als koraalriffen. Zodra ik er een tijdje vandaan ben, moet het rif nieuw leven ingeblazen worden. Ik probeer niet te veel te koesteren en er steeds weer de riek in te zetten’. Birdshapedbirdhouse is zo’n installatie die in de loop van de jaren uitgroeide tot een hedendaags rariteitenkabinet waarvan bezoekers via patrijspoorten en spiegels een glimp kunnen opvangen. Door in zijn werk delen toegankelijk te houden en andere delen af te schermen weet Klaassen steeds de magie van het geziene en het verborgene op de spits te drijven. Vanuit zijn toren lokt hij met zijn getinkel van bestek dat èn als versiering dient èn als geluid wordt ingezet, de toeschouwers naar zijn installatie toe. Eenmaal binnen handbereik deelt hij snoep uit, of gooit een haffel lege mosselschelpen naar hen toe die de onoplettende nieuwsgierigen ook al knasperend onder hun schoenen hebben verpletterd.
‘De soms wat ruwe omgang met het publiek door dingen naar ze te gooien bijvoorbeeld apennoten om ze van het apenkijken weg te houden, heeft
het opwekken van een minder vanzelfsprekende spanningsboog, concentratie of beleving of toenadering van het zich voltrekkende tot doel. De mensen worden dan als het ware door een voor hun bekende eerste laag van de manier waarop je werk kan benaderen of beleven heen geloodst. Vanzelfsprekendheden dienen hoe dan ook op de proef te worden gesteld.’ Zo liet Klaassen in de ‘Stekelbaarsjestunnel’ bijvoorbeeld alleen vrouwen toe en moesten hun mannen buiten wachten.
De bekering http://www.youtube.com/watch?v=czTr6iWoI48
‘De Babylonische grenssteen en de steen van Rosetta waren het vertrekpunt van een zeer complexe installatie Babylonië die ik samen met Mathijs Lieshout in Rotterdam bouwde, waarin controle en toeval elkaar afwisselen (paradox include).’ In een gigantisch skelet van dunne vurenhouten latten waaronder de bodem bezaaid was met uitgescheurde bladzijdes uit de Gouden Gids zien we Klaassen rondbanjeren. Hij heeft zijn witte laboratoriumjas aan en knipt een masker dat hij even later voorbindt. Op de grond temidden van de propaganda ligt een vrouw badend in mosselen en geld, zij is gedeeltelijk in klei gepakt en houdt een blauwgeschilderd hart vast. Klaassen: De rat was naarstig op zoek naar de juiste chemie om een vrouw een staart te bezorgen.’ Zo eenvoudig kan het zijn. Als toeschouwer probeer ik verbanden te leggen tussen de ruimte en de handelingen van het dier. En hoe langer ik kijk hoe meer linken er te leggen zijn. Wat er precies gebeurt tussen de vrouw en de rat blijft ongewis, maar beiden zijn zo verzonken in het verhaal dat ik me begin af te vragen hoe zij straks uit deze trance zullen ontwaken.
Stroper II
Sommige kostuums uit performances krijgen na verloop van tijd een autonome status. Zo staan er een aantal wachters in Klaassens studio die namen dragen als Bestekridder en Stroper II. Mooi aan deze beelden is dat ze de verzamelingen hebben geabsorbeerd. Ze lijken tijdens hun verblijf in de studio zelf studio geworden, zoals kokerjuffers die hun behuizing samenstellen van de steentjes en schelpen uit de rivier waarin zij leven. Stroper II is behangen met gebroken autospiegels, verweerde vlaggen, vuurpijlen, kokkels en kralen. Het gegasmaskerde gezicht gaat schuil onder een hoge hoed van zilver isolatiemateriaal waardoor het beeld aan een tovenaar doet denken. ‘Hoe dunner het membraan tussen de artificiële wereld en de werkelijkheid hoe dichter je aan de reële wereld raakt. Ik probeer de werkelijkheid af te pellen zodat het wezenlijke van de dingen overblijft.’
Als bezoeker is het een verademing om door het parcours van spullen te mogen dwalen. De ruimtes zijn van een wanorde en patina die uit onze Europese realiteit verdwenen is. In het werk van Klaassen krijgt elk voorwerp hoe stoffig ook weer bestaansrecht. Zo wordt de stapel afgedankte tuinmeubel-matrassen en kussens boven op een van de stellingkasten door de verschillende motieven en verbleekte kleuren van een verontrustende en ontroerende pracht, omdat de spullen nog zo vervuld zijn van leven, hun geschiedenis aan de oppervlakte komt. Het is een gul gebaar die van de wegwerpmaatschappij een grote schatkist maakt.
door Miek Zwamborn voor Belgisch literair tijdschrift Klugerhans nr 6 juli 2010
BELIEVE BEYOND SCIENCE
New Life and the Dreamgarden
Fieldgate gallery London 2007
Thinking of art as a methodology of conviction, Toine Klaassen’s approach to art-as-research reveals how art may only be that form of activity that doesn’t conform to any other discipline of knowledge, or regulation of action. Klaassen’s in-residence activity produces a complex mix of taxonomical and empirical research, combining psychological and subjective investigations with a self-ironising mysticism that plays satirically with mainstream culture’s obsession with the artist-figure as a sort of ‘visionary’ primitive. Klaassen is both deadly earnest and impishly deceptive in his manipulation of the contradictory forms of his brand of esoteric rationalism.
JJ Charlesworth
.
recencies:
Aishlinn Bruinja over “Catched and caged” in tubelight klik hier
.
Lilian Bense over “De stekelbaarsjestunnel” op de kunvlaai 2008 klik hier
.
Marjolein Schaap over “Rondom het vergrootglas en de kracht van zonlicht” klik hier
Voor de film naar aanleiding van de betreffende werkperiode in Londen en den Haag klik hier
.
Jan Kappers over “Bloemcirkels en Sunpower” in tubelight klik hier
.
.
MANIPULATIE VAN VRIJHEID EN TIJD
OF HOE VER RIJKT DE DWINGENDE MACHT VAN
DE MENSELIJKE HAND EN DIENS VERSTAND
Het is allemaal begonnen boven mijn scheikunde boek waar ik een bromvlieg een stropje van een visdraad van vierhonderdtste millimeter om zijn kop deed om hem dan vervolgens aan dat lijntje door mijn studeerkamer rond te laten vliegen.
Maar altijd al ging mijn fascinatie uit naar dieren en planten. Echter het enkel bekijken van dieren en planten was niet genoeg, dieren stopte ik in hokken, emmers en in de vijver. Ik hield ze gevangen om ze te kunnen “helpen” en bestuderen. Planten probeerde ik te manipuleren met ijzerdraden en touwen zodat ze met hun wortels in potten de door mij uitgezette richting in groeide.
Eigenlijk was ik me toen van geen kwaad bewust totdat ik in ging zien dat door met dieren, planten en mensen inclusief mezelf te experimenteren , ik iets kan vertellen over de grip van de mens op tijd, de natuur en kan ridiculiseren hoe we proberen dingen onder controle te hebben.
Ik heb een werkwijze ontwikkeld waarin deze ‘experimenten’ zowel binnen in atelier of galerie, als buiten “in het vrije veld” plaats kunnen vinden. Dus werk ik zowel binnen als buiten “in het vrije veld” aan de resultaten. Het vrije veld zie ik, als de plekken die ik voor dat moment van belang acht voor mijn onderzoek en de daarom trend te verkrijgen resultaten, maar ook als de plekken waar ik aan materialen kom en ideeën.
Als het onderzoek niet in de openlucht plaats vind werk ik vaak vanuit een site specific setting waarbij ik gebruik maak van oud hout, bloem, zand en allerlei natuurlijke- en gevonden materialen om het primitieve voelbaar te maken in een geciviliseerde westerse wereld als waarin wij leven.
In de installatie PERSONAL GALAXY bijvoorbeeld heb ik mezelf als “Dutch Bushman” tussen rietkragen, op dwangmatig wijze tot onderdeel van de tijd gemaakt en draai 2 uur lang in rondjes, waarbij na het afleggen van elk rondje een zandloper wordt omgedraaid . Terwijl hanen onderwijl tartend blijven kraaien voor het aankondigen van weer een nieuwe dag.
Als “Dutch Bushman” blijven mensen natuurlijk wel op afstand maar een kelner in wit kostuum die gratis flessen Spirit uit deelt, onder het genot van oude krakerige jazz van lp, is verleidelijk. Als vogels op oud brood komen de mensen, in grote getale, hun geest in de fles van de door hun genuttigde “Spirit” laten stoppen. Dat die IMMORTALITY BAR gemaakt is van vieze afgedankte materialen neemt men dan natuurlijk op de koop toe, men wordt immers onsterfelijk!!!
In het filmpje MIN HONDERD JAAR haal ik de pogingen tot het creёren van onsterfelijkheid er weer onderuit door paardebloem pluizenbollen te verbranden. Mij werd vroeger verteld dat als je zo’n pluizenbol in een keer leeg kon blazen je wel honderd jaar zou worden, maar ja als je ze gaat verbranden? klik hier voor film
Het experimenteren met installatie performance en film gaat verder en al deze facetten van mijn werk die eerst meer als separate onderdelen beleefbaar werden gemaakt komen nu meer en meer samen. Ik ben het afgelopen jaar vanuit een reizend laboratorium gaan werken en trek van locatie naar locatie. (Een nomadisch kunstenaarsschap wordt hiermee van kracht.)
Zo belande ik in Alkmaar voor een werk periode FATAMORGANA, die ik coördineer vanuit mijn laboratorium waarin ik ook een maand lang woon. Het laboratorium is gevestigd in een container van Unit1 in het kader van kunstlab Orbino, in het aan herstructurering onderhevig zijnde gebied van de ring n242 Alkmaar oost.
In het Noord Hollandse landschap was ik een professor met witte laboratoriumkleding en voerde experimenten uit met een sjamanistisch- en alchemistisch- en een vooral niet wetenschappelijk te verklaren karakter. Door een magische betovering met veren en schelpengruis veranderd de professor in een witte indiaan “Waterstapper”. Na het plaatsen van een”wieldopzonnetje” om de goden gunstig te stemmen voor de niet te stuiten beweging van de westerse civilisatie, wordt de betovering verbroken en gaat de indiaan een hamburger eten bij MC Donalds en natuurlijk is het geen probleem deze gewoon af te rekenen met schelpen van de zwanenmossels uit het aan de n242 gelegen kanaal. klik hier voor film
Tijdens de tentoonstelling Sense & Sensitivity in Tent Rotterdam 2006/2007 was het laboratorium; LABORATORIUM VOOR HEDENDAAGSE ARCHEOLOGIE.
De restanten van performances, de performances zelf zowel als de registraties hiervan zijn hier beleefbaar, dit als een “on going result” van de hierbij behorende werkperiode van 2 maanden.
Door een kijkglaasje in de deur van “het laboratorium” kon het publiek, de laborant die naarstig op zoek is naar resultaten, voortdurend in de gaten houden. De resultaten van de experimenten en de werking van het laboratorium werden in publieke momenten met onder andere middelbare scholieren en kunstacademie studenten onder de loep genomen.
In april 2007 ga ik in de straten van Londen op jacht naar resultaten voor mijn onderzoek welke dit maal besloten liggen in de hoofden van de Londense stedelingen.
Onderwijl ik met een vergrootglas in de mensen hun oog kijk zal ik ze vragen bekentenissen af te leggen over jeugdzonden die ze hebben begaan door te experimenteren met de vernietigende brandkracht van een vergrootglas.
In plaats van op gewelddadigheden van wereldformaat te focussen hoop ik op deze wijze informatie in te winnen over geweld wat dicht bij de mensen zelf of wat denk je van in de mensen zelf zijn oorsprong kent. De resultaten hiervan zullen worden gepresenteerd in mijn daarvoor speciaal ingerichte onderzoekslaboratorium tijdens de tentoonstelling NEW LIFE AND THE DREAM GARDEN in de Fieldgate Gallery in Londen. Naast de video registraties van het onderzoek zullen in het LABORATORY FOR NOWADAYS ARCHEOLOGY foto’s van de ogen van “de schuldigen” te zien zijn.
Net als mijn schrijven heeft mijn werkwijze wellicht een bruut voorkomen maar het is allemaal wel degelijk uiterst afgewogen.
Toine Klaassen 2007
.
HET GEVAAR VAN FIX AND FINISH

Onze individuele authenticiteit wordt door een bedachte vormgegeven maakbare authenticiteit vervangen. We leven in de tijd van de TRENDMENS die enkel kickt op het uiterlijk van dat wat je als individu hebt kunnen verwerven in de welvaart jungle.
Ruimte Maken voor een Vrijplaats
Naar mijn idee is onze cultuur te veel gefixeerd op het bereiken van een onfeilbare positie voor de mens. Een succesvolle carrière die je tijd bijna volledig opeist is nodig om de hoge welvaartstandaard te kunnen halen. Met mijn werk wil ik een contrast bieden aan de beweging van deze cultuur om de kwetsbaarheid en betrekkelijkheid ervan aan de orde te stellen.
Hedendaagse Archeologie
De rode draad in mijn werk wordt gevormd door de tijdelijkheid en vergankelijkheid waaraan wij in de wereld onderhevig zijn. Door te experimenteren wil ik tijdelijkheid en vergankelijkheid zichtbaar maken waardoor je deze kunt ondervragen.
Toine Klaassen 2006





