10
Jan

TEKSTEN

all |

holystonesofrotterdamport

De Rotterdamse haven: jagen in niemandsland”                                                                                                            door Maartje Berendsen voor Mister Motley nr .32 zomer 2012

Op straat is het warm en licht broeierig. Als de deur van Cucosa opengaat, slaat de kou me tegemoet. De ateliers bevinden zich onder het voormalige spoorviaduct Hofplein. Veel ruimte, maar koud en vochtig. Zo hier en daar staat een teil een lekkage op te vangen. Direct achter de voordeur is de presentatieruimte, waar ook een werk van Toine staat. We staan er kort bij stil, maar lopen dan door naar zijn atelier. Vlak voor ik vertrek vertelt hij me waar dat werk over gaat….

Het atelier bestaat uit een van de bogen die het spoorviaduct dragen: een flink vloeroppervlak, gewelfd plafond, nauwelijks of geen daglicht. En koud dus. Onze adem kronkelt omhoog terwijl we praten.

We zitten omgeven door bergen gestapeld materiaal (potten zand, flessen lichtgele vloeistof, maskers, riet, stokken, lappen leer, glazen aquaria met iets erin, je kunt het zo gek niet bedenken), halve en hele beelden, alles eerder gebruikt, door anderen en door hem. Een universum waarin alles zijn eigen waarde heeft. Een hol.

Begeesterd legt hij me uit waar het hem om gaat. Dat is niet zo een-twee-drie gezegd; de wereld van Toine Klaassen laat zich weliswaar ogenschijnlijk makkelijk lezen, het is ook een serieuze aangelegenheid, die vraagt om aandacht.

Het begin van de kunst

Zijn tongval verraadt zijn afkomst uit de buurt van Eindhoven. Geschoold als chemicus werkte hij bij Shell aan de autolakken van Porsche en aan het recyclen van plastic flessen bij Akzo. Daar komt zijn laboratoriumhouding vandaan: het ontleden van elementen en het vermengen van verschillende materialen tot een nieuwe materie. Het chemisch lab was interessant, maar vergeleken met de professor met 200 patenten op zijn naam die daarom alles mocht, was hij toch ‘gewoon een vakkenvuller’. Naast zijn werk was hij ook toen al op bescheiden schaal ‘vaag aan het knutselen’ en veel aan het tekenen.

Via een vriendin die fotografie ging studeren, kwam hij mee naar de Rietveld. Hij raakt aan de praat met een docent die hem aanraadt toelatingsexamen te doen. Dat doet hij, in Arnhem en Amsterdam. Op de Rietveld wordt hij aangenomen. Zo begint zijn echte leven met de kunst.

De Rotterdamse haven: jagen in niemandsland

De woningnood in Amsterdam brengt hem naar Rotterdam-Zuid, waar hij voor weinig geld tussen de dealers woont. In de omgeving van de Maashaven begint zijn passie voor de haven, of beter gezegd: voor het overgangsgebied dat de haven met zich meebrengt. Een niemandsland met stedelijke rafelranden en braakliggend terrein aan het water. Zijn jachtterrein.

Het is een schot in de roos als hij in 2004 antikraak een scheepswerf als werkplek krijgt: de Ysselwerf onder de Van Brienenoordbrug. Met een oppervlakte van bijna 5000m2 het atelier van zijn dromen. “Net als Richter kunnen fietsen door je atelier!”, zegt hij met opgetogen blik. In de werf is altijd ruimte “en ruimte trekt spullen aan, als een magneet”.

Onderdeel van de werf is een oude halfvergane hellingbaan, als de ruïne van een Romeinse arena, waar het water af en aan spoelt. Het materiaal voor zijn werk (installaties die de basis zijn van performance en andersom) komt er aanvaren. Hier ontstaan de tijdloze wachters die ons gesprek volgen, twee rijzige gedaantes van door het water afgeronde brokken piepschuim. Toine neemt ze al twaalf jaar overal mee naar toe. Zijn achtergrond verraadt zich: “Eigenlijk zijn het Adam en Eva. Ik heb ze ook ‘muons’ genoemd, dat komt uit de waterchemie, maar dat vind ik te ver gaan. Dat is chemisch jargon.”

Op de Ysselwerf wordt ook de Dutch Bushman geboren, de oorspronkelijke bewoner van Nederland. Hij gaat op avontuur in de overgangsgebieden, de niemandslanden. Hij gaat ook de stad in, op jacht naar “city buffaloes” en snijdt hun leer van de banken die bij het afval staan.

Al pratend pakt hij een soort didgeridoo die hij gemaakt heeft van de stengel van een berenklauw. Een typische bushman ontdekking.

Het jagen, het authentieke, het rituele is essentieel in Toine’s werk. Hij kiest zijn woorden zorgvuldig, zich bewust van het gemak waarmee in de kunstwereld etiketjes worden geplakt als je iets doet dat al te makkelijk in een hoek te zetten is. Het materiaal dat hij gebruikt, de rituelen die hij in zijn performance schept, de sfeer die hij om zich heen oproept ruikt naar ‘vroeger’. Hij wil de diepte in van het onbewuste, maar wil het leven ook testen met hypothesen. In alles wat hij doet zitten paradoxen, zegt hij.

Het is meer ‘post’ dan terug”, merkt hij op. “ik wil geen niet-westerse rituelen romantiseren, ik ga verder. Dat eeuwige categoriseren, dat indelen in hokjes verlamt. Als je categoriseert kun je alles eenvoudig en aan de oppervlakte houden. Ik noem dat de ‘ver MDF-ing van de beschaving’.

In mijn eigen universum wil ik verbindingen leggen, de tijd staat daar los van. Ik meng wat ik op straat vind met wat ik in de natuur vind, en behandel die dingen bijna als moleculen waarmee ik een nieuw organisme bouw. Natuurlijk is het zo dat mijn werk zich tegen het modern materialisme richt. Ik geloof in aandacht, in luisteren in je achtertuin. Maar weet je? Al die dingen zijn een vorm van geloof: ik heb het geloof in de chemie ingeruild voor dat in de kunst.”

De geest van het Maaswater

In de scheepswerf leefde voor hem de Maasgeest. De sfeer van de werf, het water dat altijd daar was, het materiaal dat aankwam werden inspiratiebronnen voor zijn werk. Hij maakt de installatie “Maasstad” in de Mariakapel in Hoorn: beelden uit de Maas, met allerlei elementen, stenen, gestaltes, water, geordend in een bijna rituele rangschikking. Rijtjes van drie, rijtjes van vijf, bewaakt door de twee piepschuimen wachters. Vlak voor mijn bezoek heeft hij een rijtje bakstenen uit de scheepswerf, door het water teruggebracht tot natuurlijk vormen, gezegend met water uit de Maas. “Om de Maasgeest vrij te laten”, beaamt hij. “Die Maasgeest is net zoiets authentieks als de Dutch Bushman. Beide bestaan aan de rafelranden van de beschaving. Als Nederland een natuurreligie zou hebben, zouden die op deze manier zijn grondvesten kunnen krijgen.”

Het zegenen van objecten is een manier om ze naar het nu te halen, ze los te maken van de tijd.

Bij iemand anders zou ik dat als ‘zweverig’ horen, maar Toine praat met ernst en kiest zijn formuleringen weloverwogen. “De sfeer die door die rituelen ontstaat maakt je bevattelijk voor het loslaten het ‘loos gaan’. Er moet eerst concentratie en focus zijn, voordat je ordening los kunt laten”. Ik begrijp hem.

Performance

Hij vertelt hoe zeer hij er de pest aan heeft om ingedeeld te worden als ‘performancekunstenaar’. “Die categorisering, daar heb ik al eerder mijn nek over gebroken. Dat is problematisch. Ik ben voor herdefiniëring, herijking. Voor dat je het weet zitten we hier een half uur te verdoen met praten over wat performancekunst is en hoe dat eruit ziet. Fuck the rules, man. Ik hoef niet zoiets als Vito Acconci gedaan te hebben. Ik zit liever aan de punt van de pijl, dan dat ik de veren kam aan de achterkant van die pijl.”

Belangrijker is voor hem hoe hij zich uit kan drukken, niet de manier waarop. : “Het gaat niet om het medium, het gaat om de visie. Ik ben alleen maar altijd empirisch onderzoek aan het doen met deze meuk om me heen. Langzamerhand ben ik er heel goed in geworden om eruit te halen wat ik kan gebruiken. Zie het als een soort training. En ondertussen gaat die telefoon maar”. Want hij heeft het druk, Toine Klaassen. Veel tentoonstellingen en ook performances “bij de mensen thuis”.

Ik zie het als het vervullen van een paradox. Ik gebruik alleen maar readymades, ik heb twee linkerhanden. Maar ik kan alleen in mijn universum de verbindingen maken. Dat doe ik op het visuele en op de energie die dingen hebben. Zonder die verbindingen is dit hier gewoon een braakliggend terrein waar iemand wat spullen neer heeft gemikt”. Hij is wat de dingen bindt, zonder hem doen ze niks. Hij krijgt dan ook wel eens te horen van mensen die werk van hem in huis hebben dat het zonder hem niet werkt. “Dan ga ik daarheen om intensive care te verzorgen, intensive care aan het wak. Zo zie ik dat. Het steeds openmaken, vanaf de rand ga je erdoorheen en haalt het naar boven. Je houdt alles open, zodat de diepte daaronder zichtbaar is.”

Vuurtoren

Heel recent deed hij een performance met installatie en geluiden in de vuurtoren in de Leuvenhaven bij het Havenmuseum, als onderdeel van het festival Stand out to Sea. “Bijna de Efteling”, zegt hij grinnikend. Hij vestigde zich op de eerste verdieping van de toren, omgeven door flessen Maaswater, oude vuurwerkhulzen met riet en een grote rieten ster op het plafond. Met enige regelmaat daalde hij af uit de toren met een krat flessen, vulde ze met Maaswater en besprenkelde daarmee de vuurtoren. “Om de Maasgeest vrij te laten uiteraard”, zegt hij. Daarna liep hij met een bel rond de toren om zo bezoekers uit te nodigen mee te gaan naar boven, waar hij zijn performance voortzet.

Wacht, ik laat je horen welke geluiden ik deed.” Terwijl hij iets zoekt achter een stellage, zegt hij: “Weet je? Ik ga wel even helemaal erin. Dan praat ik ondertussen wel gewoon door”. Hij zet een ruige pruik op van “vieze schapenvacht”, een bril en een leren platte pet, en veranderd zo langzaam in een verwilderde kabouter Hij pakt twee dunne latjes. Dan kijkt hij me doordringend aan, verdwijnt in zijn rol. Aandachtig loopt hij een cirkel, ondertussen de latjes klepperend. Pakt vervolgens een zware cirkelzaag en slaat erop met een stalen buis. De zaag legt hij voorzichtig tegen de in Maaswater gedoopte stenen.

De betoverend geluiden worden afgesloten met de op gedragen toon uitgesproken tekst: “I believe in that there is no magic. That’s the magic”. Dezelfde tekst staat op een paneel dat in een teiltje naast ons ligt, met Maaswater natuurlijk.

Toveren, magie, rituelen…

Op het moment dat de dingen die je doet, raken aan het membraan tussen het artificiële en het reële, dan word het interessant. Wat ik doe is geen toneelstukje. Ik geloof er zó in dat het echt is. Ik zeg altijd tegen mijn kinderen: ‘Als je zelf niet gelooft in wat je doet, hoe kan een ander het dan geloven’. Het is pure ernst , maar dat wil natuurlijk niet zeggen dat ik wat ik doe niet wil ridiculiseren. Dat vind ik belangrijk, dat je rake klappen uitdeelt.”

Wat ik zielig vind is lenen van de oorspronkelijkheid van een ander, van Aboriginal Tribes, of van Indianen. Ik doe wel iets sjamanistisch en raak wel aan allerlei dingen die betrekking hebben op natuurreligies. Maar dat stempel wil ik niet. Daarom is er de Dutch Bushman en de Hollandiaan, die ik kort geleden ontdekt heb. Dat gaat over authenticiteit. Ik ben niet geïnteresseerd in de verwesterde Hollywoodversie.

Iedere kunstenaar doet zijn rituelen, noem het handelingen, noem het werkwijzen. Alle kunst is ritueel.”

Die oorspronkelijkheid waar hij naar streeft, waar nog ruimte is voor nieuwe rituelen, is voor Toine als Dutch Bushman vooral vindbaar in niemandsland. “Aan de rafelranden vind ik alles interessant!”. De Rotterdamse haven is het overgangsgebied waar hij kan jagen op zijn prooi.

door Maartje Berendsen voor Mister Motley nr .32 zomer 2012

hieronder een link naar een artikel over deelname aan hotel rotterdam

http://www.sandrasmets.nl/beurzen-evenementen/hotel_rotterdam.htm

stroper II

Kwakzalven aan de rafelranden van onze beschaving.

door Miek Zwamborn voor Belgisch literair tijdschrift Klugerhans nr 6 juli 2010


Toine Klaassen (Eindhoven 1973) werkt sinds zijn afstuderen aan de Gerrit Rietveld Academie in Rotterdam waar hij zijn atelier en opslag heeft onder het spoor. De aftandse ruimte biedt onderdak aan een zestal kunstenaars die niet terugschrikken voor kou en ratten. Het is een plek die door de boogvormige plafonds doet denken aan een middeleeuwse kerker, even donker en koud. Via een gat in de muur, afgeschermd met een dikke laag paardendekens tegen de tocht, word ik de studio binnengeloodst. De ruimte is tot de nok toe gevuld met spullen die Klaassen van de vuilnisbelt heeft gered of jutte langs de Maas waar veel van zijn materialen als oude voetballen en wrakhout aanspoelen. De duizenden objecten worden in stellingkasten gerangschikt op vorm of kleur. Het is een feest voor het oog, Klaassens studio is als het nest van een ekster, maar zijn voorliefde gaat veel verder dan een paar glimmende kettingen. Lege plastic flessen zonnebloemolie met gele dop staan tussen de losse ledematen van paspoppen, zandlopers, gesealde makrelen, dieren op sterk water, kisten met eieren, dobbers en toverballen.

Voordat Klaassen naar de academie ging wijdde hij zich aan de chemie. Zijn wetenschappelijke achtergrond vormt de basis van zijn Laboratorium voor hedendaagse archeologie, waaronder hij al zijn projecten schaart. Klaassen vraagt aandacht voor de poëzie van het onooglijke, het kleine en het veronachtzaamde. Zonder vooropgezet plan gaat hij met de weggegooide voorwerpen aan de slag. Zijn werk ontstaat vaak temidden van het publiek in een performatieve setting, waarbij hij het absurdistische niet schuwt. Of zoals Klaassen zelf stelt: ´Als je een vlinder met je handen vangt, gaat het poeder van zijn vleugels af en blijft er een vodje over’.


Temidden van de schijnbare chaos monteert Klaassen in een uitvergrote Chiquitadoos die voorzien van glazen vensters dienst doet als mini bouwkeet annex kantoor de films die hij in de aanloop naar en tijdens zijn performances maakt. Deze films laten niet alleen de totstandkoming zien, maar tonen zijn bezwerende handelingen van binnnenuit. De camera wisselt tussen overzichtbeeld, zoom en het vogelvluchtperspectief dat Klaassen tijdens de sessie zelf heeft. De wonderlijke composities tonen Klaassens struinende blik en nodigen de kijker uit zijn universum binnen te treden.


In  Kluger Hans #06  publiceren we beelden van performances die Klaassen op locatie intitieerde. Temidden van zijn kleurrijke verzamelingen spreek ik met hem over deze werken.


Feel fine feel pure http://www.youtube.com/watch?v=8ihjuHhmp80


Gehuld in indianentooi en gekoppeld aan een gasmasker sta ik tussen twee witte gasflessen in de berm van de N 242. Ik ben door mijn uitrusting afgeschermd van het verkeer dat aan mij voorbijraast, terwijl ik zachtjes ‘feel fine, feel pure’ zing met haangekraai op de achtergrond. Ik verzet me tegen de jachtigheid en het kapitaal van mijn medemens, het gaat over de nachtmerrie van de westerling, de primitieve als demoon uit de toekomst, over hoe hij de verwoeste klimaten op aarde die hij heeft aangericht kan trotseren, visionair gezien zal de westerling sterven en de autenthieke bewoner van de aarde terugkeren ofwel de balans wordt opgemaakt etc.’ In het zelfde indianenpak maar dan zonder gasflessen wandelde Klaassen twee jaar daarvoor ook naar de Mac Donalds waar hij zijn hamburger met schelpen probeerde af te rekenen. Zijn verschijning is enerzijds absurd maar boezemt anderzijds ook angst in. Hij lijkt de bestuurders te willen waarschuwen voor de schade die zij aanrichten. Ondertussen viert hij in totemachtige beelden opgebouwd uit verzamelde wieldoppen ook de blingbling van het materialisme. Het is een tegenstelling die vaak in zijn projecten opduikt. Met de afgedankte troep van de wereld probeert hij diezelfde wereld onderuit te halen. Aan definitieve ingrepen heeft Klaassen geen boodschap. Bij hem is altijd alles in beweging. Hij laadt zijn installaties op aan het moment, veel onderdelen keren in een andere hoedanigheid weer terug.


Birdshapedbirdhouse http://www.youtube.com/watch?v=FwabDviFpg8


Klaassen:’Ik zie mijn verzamelingen als koraalriffen. Zodra ik er een tijdje vandaan ben, moet het rif nieuw leven ingeblazen worden. Ik probeer niet te veel te koesteren en er steeds weer de riek in te zetten’. Birdshapedbirdhouse is zo’n installatie die in de loop van de jaren uitgroeide tot een hedendaags rariteitenkabinet waarvan bezoekers via patrijspoorten en spiegels een glimp kunnen opvangen. Door in zijn werk delen toegankelijk te houden en andere delen af te schermen weet Klaassen steeds de magie van het geziene en het verborgene op de spits te drijven. Vanuit zijn toren lokt hij met zijn getinkel van bestek dat èn als versiering dient èn als geluid wordt ingezet, de toeschouwers naar zijn installatie toe. Eenmaal binnen handbereik deelt hij snoep uit, of gooit een haffel lege mosselschelpen naar hen toe die de onoplettende nieuwsgierigen ook al knasperend onder hun schoenen hebben verpletterd.


‘De soms wat ruwe omgang met het publiek door dingen naar ze te gooien bijvoorbeeld apennoten om ze van het apenkijken weg te houden, heeft

het opwekken van een minder vanzelfsprekende spanningsboog, concentratie of beleving of toenadering van het zich voltrekkende tot doel. De mensen worden dan als het ware door een voor hun bekende eerste laag van de manier waarop je werk kan benaderen of beleven heen geloodst. Vanzelfsprekendheden dienen hoe dan ook op de proef te worden gesteld.’ Zo liet Klaassen in de ‘Stekelbaarsjestunnel’ bijvoorbeeld alleen vrouwen toe en moesten hun mannen buiten wachten.


De bekering http://www.youtube.com/watch?v=czTr6iWoI48


‘De Babylonische grenssteen en de steen van Rosetta waren het vertrekpunt van een zeer complexe installatie Babylonië die ik samen met Mathijs Lieshout in Rotterdam bouwde, waarin controle en toeval elkaar afwisselen (paradox include).’ In een gigantisch skelet van dunne vurenhouten latten waaronder de bodem bezaaid was met uitgescheurde bladzijdes uit de Gouden Gids zien we Klaassen rondbanjeren. Hij heeft zijn witte laboratoriumjas aan en knipt een masker dat hij even later voorbindt. Op de grond temidden van de propaganda ligt een vrouw badend in mosselen en geld, zij is gedeeltelijk in klei gepakt en houdt een blauwgeschilderd hart vast. Klaassen: De rat was naarstig op zoek naar de juiste chemie om een vrouw een staart te bezorgen.’ Zo eenvoudig kan het zijn. Als toeschouwer probeer ik verbanden te leggen tussen de ruimte en de handelingen van het dier. En hoe langer ik kijk hoe meer linken er te leggen zijn. Wat er precies gebeurt tussen de vrouw en de rat blijft ongewis, maar beiden zijn zo verzonken in het verhaal dat ik me begin af te vragen hoe zij straks uit deze trance zullen ontwaken.


Stroper II


Sommige kostuums uit performances krijgen na verloop van tijd een autonome status. Zo staan er een aantal wachters in Klaassens studio die namen dragen als Bestekridder en Stroper II. Mooi aan deze beelden is dat ze de verzamelingen hebben geabsorbeerd. Ze lijken tijdens hun verblijf in de studio zelf studio geworden, zoals kokerjuffers die hun behuizing samenstellen van de steentjes en schelpen uit de rivier waarin zij leven. Stroper II is behangen met gebroken autospiegels, verweerde vlaggen, vuurpijlen, kokkels en kralen. Het gegasmaskerde gezicht gaat schuil onder een hoge hoed van zilver isolatiemateriaal waardoor het beeld aan een tovenaar doet denken. ‘Hoe dunner het membraan tussen de artificiële wereld en de werkelijkheid hoe dichter je aan de reële wereld raakt. Ik probeer de werkelijkheid af te pellen zodat het wezenlijke van de dingen overblijft.’


Als bezoeker is het een verademing om door het parcours van spullen te mogen dwalen. De ruimtes zijn van een wanorde en patina die uit onze Europese realiteit verdwenen is. In het werk van Klaassen krijgt elk voorwerp hoe stoffig ook weer bestaansrecht. Zo wordt de stapel afgedankte tuinmeubel-matrassen en kussens boven op een van de stellingkasten door de verschillende motieven en verbleekte kleuren van een verontrustende en ontroerende pracht, omdat de spullen nog zo vervuld zijn van leven, hun geschiedenis aan de oppervlakte komt. Het is een gul gebaar die van de wegwerpmaatschappij een grote schatkist maakt.

door Miek Zwamborn voor Belgisch literair tijdschrift Klugerhans nr 6 juli 2010

MEDICINE 

BELIEVE BEYOND SCIENCE

New Life and the Dreamgarden

Fieldgate gallery London 2007

Thinking of art as a methodology of conviction, Toine Klaassen’s approach to art-as-research reveals how art may only be that form of activity that doesn’t conform to any other discipline of knowledge, or regulation of action. Klaassen’s in-residence activity produces a complex mix of taxonomical and empirical research, combining psychological and subjective investigations with a self-ironising mysticism that plays satirically with mainstream culture’s obsession with the artist-figure as a sort of ‘visionary’ primitive. Klaassen is both deadly earnest and impishly deceptive in his manipulation of the contradictory forms of his brand of esoteric rationalism.

JJ Charlesworth

.

recencies:

Aishlinn Bruinja over “Catched and caged” in tubelight klik hier

.

Lilian Bense over “De stekelbaarsjestunnel” op de kunvlaai 2008 klik hier

.

Marjolein Schaap over “Rondom het vergrootglas en de kracht van zonlicht” klik hier

Voor de film naar aanleiding van de betreffende werkperiode  in Londen en den Haag  klik hier

.

Jan Kappers over “Bloemcirkels en Sunpower” in tubelight klik hier

mieren

PREPARATIONSperformanceEXHIBITIONGUEST(PhotoWolgangBuchner)

.

.

MANIPULATIE VAN VRIJHEID EN TIJD

OF HOE VER RIJKT DE DWINGENDE MACHT VAN

DE MENSELIJKE HAND EN DIENS VERSTAND

Het is allemaal begonnen boven mijn scheikunde boek waar ik een bromvlieg een stropje van een visdraad van vierhonderdtste millimeter om zijn kop deed om hem dan vervolgens aan dat lijntje door mijn studeerkamer rond te laten vliegen.

Maar altijd al ging mijn fascinatie uit naar dieren en planten. Echter het enkel bekijken van dieren en planten was niet genoeg, dieren stopte ik in hokken, emmers en in de vijver. Ik hield ze gevangen om ze te kunnen “helpen” en bestuderen. Planten probeerde ik te manipuleren met ijzerdraden en touwen zodat ze met hun wortels in potten de door mij uitgezette richting in groeide.

Catch reiger

Eigenlijk was ik me toen van geen kwaad bewust totdat ik in ging zien dat door met dieren, planten en mensen inclusief mezelf te experimenteren , ik iets kan vertellen over de grip van de mens op tijd, de natuur en kan ridiculiseren hoe we proberen dingen onder controle te hebben.

Ik heb een werkwijze ontwikkeld waarin deze ‘experimenten’ zowel binnen in atelier of galerie, als buiten “in het vrije veld” plaats kunnen vinden. Dus werk ik zowel binnen als buiten “in het vrije veld” aan de resultaten. Het vrije veld zie ik, als de plekken die ik voor dat moment van belang acht voor mijn onderzoek en de daarom trend te verkrijgen resultaten, maar ook als de plekken waar ik aan materialen kom en ideeën.

Als het onderzoek niet in de openlucht plaats vind werk ik vaak vanuit een site specific setting waarbij ik  gebruik maak van oud hout, bloem, zand en allerlei natuurlijke- en gevonden materialen om het primitieve voelbaar te maken in een geciviliseerde westerse wereld als waarin wij leven.

In de installatie PERSONAL GALAXY bijvoorbeeld heb ik mezelf  als “Dutch Bushman” tussen rietkragen, op dwangmatig wijze tot onderdeel van de tijd gemaakt  en draai 2 uur lang in rondjes, waarbij na het afleggen van elk rondje een zandloper wordt omgedraaid . Terwijl hanen onderwijl tartend blijven kraaien voor het aankondigen van  weer een nieuwe dag.

Als “Dutch Bushman” blijven mensen natuurlijk wel op afstand maar een kelner in wit kostuum die gratis flessen Spirit uit deelt,  onder het genot van oude krakerige jazz van lp, is verleidelijk. Als vogels op oud brood komen de mensen, in grote getale, hun geest in  de fles van de door hun genuttigde “Spirit” laten stoppen. Dat die IMMORTALITY BAR gemaakt is van vieze afgedankte materialen neemt men dan natuurlijk op de koop toe, men wordt immers onsterfelijk!!!

In het filmpje MIN HONDERD JAAR haal ik de pogingen tot het creёren van onsterfelijkheid er weer onderuit door paardebloem pluizenbollen te verbranden. Mij werd vroeger verteld dat als je zo’n pluizenbol in een keer leeg kon blazen je wel honderd jaar zou worden, maar ja als je ze gaat verbranden? klik hier voor film

Het experimenteren met installatie performance en film gaat verder en al deze facetten van mijn werk die eerst meer als separate onderdelen beleefbaar werden gemaakt komen nu meer en meer samen. Ik ben het afgelopen jaar vanuit een reizend laboratorium gaan werken en trek van locatie naar locatie. (Een nomadisch kunstenaarsschap wordt hiermee van kracht.)

Zo belande ik in Alkmaar voor een werk periode FATAMORGANA, die ik coördineer vanuit mijn laboratorium waarin ik ook een maand lang woon. Het laboratorium is gevestigd in een container van Unit1 in het kader van kunstlab Orbino, in het aan herstructurering onderhevig zijnde gebied van de ring n242 Alkmaar oost.

In het Noord Hollandse landschap was ik een professor met witte laboratoriumkleding en voerde experimenten uit met een sjamanistisch- en alchemistisch- en een vooral niet wetenschappelijk te verklaren karakter. Door een magische betovering met veren en schelpengruis veranderd de professor in een witte indiaan “Waterstapper”. Na het plaatsen van een”wieldopzonnetje” om de goden gunstig te stemmen voor de niet te stuiten beweging van de westerse civilisatie, wordt de betovering verbroken en gaat de indiaan een hamburger eten bij MC Donalds en natuurlijk is het geen probleem deze gewoon af te rekenen met schelpen van de zwanenmossels uit het aan de n242 gelegen kanaal. klik hier voor film

Tijdens de tentoonstelling Sense & Sensitivity in Tent  Rotterdam 2006/2007 was het laboratorium; LABORATORIUM VOOR HEDENDAAGSE ARCHEOLOGIE.

De restanten van performances, de performances zelf zowel als de registraties hiervan zijn hier beleefbaar, dit als een “on going result” van de hierbij behorende werkperiode van 2 maanden.

Door een kijkglaasje in de deur van “het laboratorium” kon het publiek, de laborant die naarstig op zoek is naar  resultaten, voortdurend in de gaten houden. De resultaten van de experimenten en de werking van het laboratorium werden in publieke momenten met onder andere middelbare scholieren en kunstacademie studenten onder de loep genomen.

klik hier voor film

In april 2007 ga ik in de straten van Londen op jacht naar resultaten voor mijn onderzoek  welke dit maal besloten liggen in de hoofden van de Londense stedelingen.

Onderwijl ik met een vergrootglas in de mensen hun oog kijk zal ik ze vragen bekentenissen af te leggen over jeugdzonden die ze hebben begaan  door te  experimenteren met de vernietigende brandkracht van een vergrootglas.

In plaats van op gewelddadigheden van wereldformaat te focussen hoop ik op deze wijze informatie in te winnen over geweld wat dicht bij de mensen zelf of wat denk je van in de mensen zelf zijn oorsprong kent. De resultaten hiervan zullen worden gepresenteerd in mijn daarvoor  speciaal ingerichte onderzoekslaboratorium tijdens de tentoonstelling NEW LIFE AND THE DREAM GARDEN in de Fieldgate Gallery in Londen. Naast de video registraties van het onderzoek zullen in het LABORATORY FOR NOWADAYS ARCHEOLOGY  foto’s van de ogen van “de schuldigen” te zien zijn.

Net als mijn schrijven heeft mijn werkwijze wellicht een bruut voorkomen maar het is allemaal wel degelijk uiterst afgewogen.

Toine Klaassen 2007

.CLOSER

.

HET GEVAAR VAN FIX AND FINISH

De door onze civilisatie vormgegeven wereld, drijft ons verder en verder af van ons oorspronkelijke aardse bestaan. Om dat wat we hebben te kunnen behouden en om dit te kunnen blijven uitbreiden, verplichten we onszelf tot het uiterste te gaan en worden slaaf van DE WESTERN LUXURY MACHINE. westernluxurymachine

Onze individuele authenticiteit wordt door een bedachte vormgegeven maakbare authenticiteit vervangen. We leven in de tijd van de TRENDMENS die enkel kickt op het uiterlijk van dat wat je als individu hebt kunnen verwerven in de welvaart jungle.

Ruimte Maken voor een Vrijplaats

Naar mijn idee is onze cultuur te veel gefixeerd op het bereiken van een onfeilbare positie voor de mens. Een succesvolle carrière die je tijd bijna volledig opeist is nodig om de hoge welvaartstandaard te kunnen halen. Met mijn werk wil ik een contrast bieden aan de beweging van deze cultuur om de kwetsbaarheid en betrekkelijkheid ervan aan de orde te stellen.

Hedendaagse Archeologie

De rode draad in mijn werk wordt gevormd door de tijdelijkheid en vergankelijkheid waaraan wij  in de wereld onderhevig zijn. Door te experimenteren wil ik tijdelijkheid en vergankelijkheid zichtbaar maken waardoor je deze kunt ondervragen.

Toine Klaassen 2006